| Maran van Erp |
|
|
Hoe gaat het met…? MARAN VAN ERP Dat RKVVO een enorm gezellige club is waar bij vlagen prachtig voetbal wordt gespeeld, dat weten we allemaal. Maar dat onze vereniging ook als springplank kan dienen naar een betaalde voetbalorganisatie (BVO), dat is misschien minder bekend. FC Emmen, Helmond Sport, PSV en Willem II. Eén ding hebben ze gemeen: de eerste stappen van hun voetbalcarrière werden gezet op de Oerse velden van RKVVO.
De tweede die in deze serie aan bod komt is Maran van Erp. Deze 19-jarige rechtshalf heeft haar eerste seizoen bij Willem II er bijna opzitten. En met succes! Maran speelde dit seizoen vijftien competitiewedstrijden in het eerste vrouwenteam en stootte met haar club door tot de halve finale van de KNVB-beker. Na een 3-3 eindstand en een zinderende strafschoppenserie was het helaas niet Willem II, maar FC Utrecht dat zich plaatste voor de finale.
Voordat Maran naar Willem II verkaste, had de Tilburgse club haar al een tijdje op het oog. Maran speelde, terwijl ze actief was voor RKVVO, regelmatig in de districtsteams van de KNVB. Hoogstwaarschijnlijk is ze tijdens die wedstrijden opgemerkt door Willem II. Op een zekere dag in 2007 plofte er een brief op de mat. Met daarin de vraag of ze de oversteek wilde maken naar Tilburg. “Die eerste keer heb ik echter ‘nee’ gezegd, omdat het toen niet te combineren was met de HAVO. Ik vond voetbal erg leuk, maar dacht dat voetballen bij een BVO veel tijd innam en dat het er erg serieus aan toe ging.” “Voetbal is mijn hobby, het is niet mijn doel er rijk mee te worden”
In 2008 greep Willem II weer naast Maran, maar afgelopen zomer besloot ze toch de overstap te maken. “Ik had mijn middelbare schooldiploma behaald en wilde kijken of mijn vervolgopleiding was te combineren met het voetballen bij Willem II. Ik ben in Tilburg gaan meetrainen en ben vervolgens niet meer weggegaan. ” Inmiddels studeert Maran fysiotherapie in Eindhoven en gaan haar opleiding en haar voetbalactiviteiten hand in hand. “Ik moet altijd eerder weg van school om te trainen. Maar hiervoor hebben we een regeling getroffen, dus het zorgt niet voor problemen.”
Maran kijkt met een goed gevoel terug op haar eerste seizoen bij de Tilburgers. “Het is me zeer goed bevallen. Het gaat er niet zo serieus aan toe als ik dacht. Een lolletje kan er echt wel vanaf, dat gaat niet ten koste van de prestaties. We hebben echt een leuk team.” Het vrouwenelftal van Willem II bewijst dat goed voetbal en een gezellige sfeer prima samengaan. Maran: “Zeker in het begin van deze competitie deden we het erg goed. We hebben lange tijd bovenaan gestaan. Helaas zijn we wat ingezakt, waardoor we nu derde staan. Maar al met al hebben we geen reden tot klagen.” “Een lolletje kan er echt wel vanaf, dat gaat niet ten koste van de prestaties”
Toen duidelijk werd dat Willem II geen kampioen meer kon worden, werden de pijlen gericht op de beker. Het was de laatste kans om een mooi seizoen af te sluiten met een prijs. Helaas werd de halve finale verloren na strafschoppen en was het FC Utrecht dat een finaleplaats veroverde. Maran: “We gingen echt voor die finale. Toen duidelijk was dat we geen kampioen zouden worden, gingen we voor de beker. Dat had het seizoen nog kleur kunnen geven.”
Toch is Maran dik tevreden over haar eerste seizoen in Tilburgse dienst. Het gaat er behoorlijk anders aan toe dan in de vertrouwde omgeving van RKVVO, constateert ze. “Bij RKVVO kun je vrijuit voetballen. Hier krijg je meer taken in het veld. In Oerle kon je je eigen spelletje spelen, terwijl je hier veel meer verantwoordelijkheden hebt. Tactisch wordt er meer van je gevraagd. Er wordt ook een ander soort voetbal gespeeld. Bij RKVVO speelde ik bij de jongens, dat was echt een fysieke strijd. Dat valt bij de dames wel mee. Hier ben ik fysiek gelijkwaardig, terwijl ik bij de jongens nog weleens een harde beuk kreeg.” “Bij RKVVO kon je vrijuit voetballen, hier krijg je meer taken in het veld”
Niet alleen op het veld, maar ook daarbuiten zijn de verschillen groot. “Bij Willem II is alles net iets beter geregeld, ” legt Maran uit. Ze begint op te sommen: “Je hebt de beschikking over een fysiotherapeut, een teammanager, minimaal twee trainers en een keeperstrainer. Je wordt naar wedstrijden gebracht met een bus en krijgt te eten onderweg. In de kleedkamer ligt je tenue al klaar en je hoeft nergens rekening mee te houden.”
Het was voor Maran niet eenvoudig om RKVVO te verlaten. “Ik heb er een supertijd gehad. We hadden elk jaar een leuk team en bleven na de wedstrijd hangen in de kantine. Ook tijdens mindere seizoenen bleef de sfeer altijd gezellig. We gingen regelmatig bij andere elftallen kijken, en die teams kwamen vaak bij ons kijken. Met iedereen van de club had ik een leuk contact.”
Hoewel Maran het eerste seizoen in de eredivisie met glans heeft doorstaan, durft ze nog geen uitlatingen te doen over haar toekomst. “Ik kijk niet vooruit. Ik heb het bij Willem II enorm naar mijn zin. Maar over een paar jaar ga ik werken en ik weet niet hoe de situatie dan is, of ik dan nog wil en kan blijven voetballen. Misschien op een lager niveau, zodat je minder vaak hoeft te trainen.” Een transfer naar het buitenland is voorlopig sowieso niet aan de orde, stelt Maran. “Het lijkt me superleuk hoor, als ik de mogelijkheid krijg. Maar voetbal blijft vooral een hobby, het is niet mijn doel er rijk mee te worden.”
Om net als Maran bij een BVO terecht te komen, is trainen alleen niet genoeg. Maran adviseert: “Luister goed naar mensen die verstand hebben van voetbal. Dat hoeft niet alleen de trainer te zijn, maar ook bijvoorbeeld een teamgenoot. Kleine aanwijzingen kunnen vaak het verschil maken, waardoor je net iets beter wordt. Daarnaast is het nuttig om zelf na te denken over het spelletje. Zo kun je jezelf verschillende spelsituaties voorleggen met de vraag: hoe kan ik dit het beste oplossen?”
'Door Paul van den Hurk'
|






